14 mei 2011

Nijmegen

Category: europa — Tags: , , , , , – admin @ 10:06

Ergens in… NIJMEGEN

Nijmegen is de oudste stad van Nederland. Halverwege de eerste eeuw voor Christus vestigden de eerste bewoners zich aan de Waal. Rond het begin van de jaartelling stichtten de Bataven, het ‘Oppidum Batavorum’: de stad van de Bataven op een heuvel met een goed overzicht over de rivier. Tegenwoordig is deze heuvel bekent onder de naam Valkhof waar de resten staan van diverse burchten van vorsten en heersers uit vervlogen tijden. Het uitzicht over de Waal vanaf de rand van de heuvel is indrukwekkend.
Helaas is niet alles is even goed bewaard gebleven van de oude stad. Na een verwoestende bommenregen in 1944 op het centrum is veel van het middeleeuwse karakter verloren gegaan. Een deel van de huizen is in oude stijl hersteld en een deel is modern geworden. Sfeervolle heuvelachtige straatjes met keien worden afgewisseld met moderne bredere winkelstraten. Een fiets met versnellingen is zeker aan te raden in het heuvelachtige Nijmegen. 

Nostalgie
Ik begin mijn wandeling door Nijmegen op de Grote Markt voor het historische Eet&Drinkhuys de Waagh. De Waagh is een pand uit 1612. Een van de gebouwen die de Tweede Wereldoorlog heeft overleeft. In de Waagh werd vroeger volop handel gedreven in boter, vlees en groenten. Binnen hangt een grote stadsweegschaal uit die tijd. Onder de gewelven en temidden van oude foto’s is het sfeervol koffiedrinken in het café. Op de eerste verdieping kun je ook dineren voor een vriendelijke prijs. In Achter de Hoofdwacht, een straatje rechts van de Waagh, zit een klein brocante zaakje dat zo uit grootmoeders tijd lijkt te komen: Philipse. Toch zit de winkel er pas net. Het kleine middeleeuwse pand staat vol nostalgische hebbedingen. Emaillen bakjes voor zand, soda en zeep, kanten jurkjes, gebloemde theekopjes uit Engeland en oud-Hollandse tegeltjes bijvoorbeeld. De twee zussen die de zaak beheren gaan regelmatig op pad naar Frankrijk en Engeland voor nieuwe schatten.
Aan de Grote Markt grenzen veel huizen uit de zeventiende eeuw of ouder met daarachter de St. Stevenskerk uit 1307. Een van de bijzondere gebouwen is de voormalige Latijnse School uit 1310. In 1544 werd de vervallen school opnieuw opgebouwd en kreeg het de bijzondere gevel die nu nog te zien is. De roodzwarte luiken, krullende namen van apostelen en het stadswapen met twee engelen springen het meest in het oog. In de kerk staan naast vier oude orgels nog vele kunstschatten waaronder vijftiende-eeuwse muurschilderingen en kroonluchters uit 1643.
Achter de St. Stevenskerk zit een prachtig middeleeuws straatje verscholen, het St. Stevenskerkhof. Hier woonden in de vijftiende eeuw de ‘Kanunniken’, de koorheren van de kerk. Later werden de huisjes pakhuizen voor handelswaar. Op nummer 46 en 47 zit nu Tafel&Meer, een chique interieurzaak. De sfeervolle winkel bestaat uit drie verschillende kamers en staat vol schemerlampen, spiegels, tafels, kleden, kandelaren en nog veel meer. De eigenzinnige tassen van ontwerper ‘Chick on a mission’ met veel gerecycled bont (geen bont van dieren die alleen om hun vacht worden doodgemaakt) zijn een van de populairste items van de winkel.
Even verderop zit Curly Corner op nummer 44. Een walhalla voor sieradenfans. De sierraden zijn op kleur gesorteerd en komen van bekende ontwerpers als Pilgrim, Rodrigo Otazu en Complot. Je vindt hier ook vazen, wijnglazen en ander glaswerk.

De Lange Hezelstraat

Via de trap achter het St. Stevenskerkhof kom je op de Lange Hezelstraat, de oudste winkelstraat van Nederland. Al snel blijkt dat Nijmegen vooral veel goede interieurzaken herbergt.
De winkel Ciel op nummer 67 staat vol hippe woonaccessoires. Knalroze en groene gietertjes in de vorm van een kikker met kroontje, flesopeners in de vorm van een papegaai, tassen, dienbladen en een knaloranje wandkleed met een silhouet van een hert zijn een greep uit het assortiment van Ciel.
Op nummer 51 van de Lange Hezelstraat zit een bijzondere modezaak. In Elsewhere hangt de kleding van drie ontwerpers die de voorkeur hebben voor zwarte kleding. Hier en daar zie je wat andere kleuren tussen de rekken zoals bordeauxrood of olijfgroen. De ontwerpen zijn niet aan een leeftijd gebonden. Op de vrij strakke ontwerpen zitten grappige details in de vorm van een aparte kraag, strikjes op de schouder of bijzondere knoopjes.  
Verderop in de straat zit een interieurwinkel die de moeite waard is als je van exotisch houdt: Subba. Een bonte winkel vol gebruiksvoorwerpen uit de hele wereld. Hier vind je flamencoschoenen, kleurrijke vloerkleden, jaren ’70 behang, kitscherige Zuid-Amerikaanse ansichtkaarten, gevlochten wasmanden en nog veel meer. In deze winkel die barst van kleur loop je gegarandeerd tegen een leuk cadeautje op.
Als je uitgewinkeld bent in de Lange Hezelstraat kun je aan het einde een smakelijk mediterraan hapje eten bij Dádiva. In deze ruime winkel met een stijlvol gedekte tafel kun je je tegoed doen aan lekkernijen uit Portugal, Spanje en Italië zoals schapenkaas, ansjovis, olijven, of een broodje parmaham met mozzarella. Voor thuis kun je er goede wijn, reuzenpasta of zwarte spaghetti uit Italië kopen. 

Het Kronenburgerpark en de Houtstraat
Als je toch aan het einde van de Langer Hezelstraat bent is het zonde om niet even het mooie Kronenburgerpark in te lopen. In dit romantische park in Engelse landschapsstijl staat een oude verdedigingstoren uit 1425 met een prachtige vijver eromheen. Aan het begin van het park verwelkomen de geitjes je met geblaat op het ‘dierenweitje’. Via de Nassausingel aan het einde van het park en de Van Berchenstraat kom je weer in het centrum en is het goed koffiedrinken in De Blonde Pater. Hier serveren ze de beste cappuccino van heel Nijmegen en misschien wel de mooiste van heel Nederland. In dit populaire café hebben vier personeelsleden meegedaan aan wedstrijden cappuccino maken. En dat is te zien. Hier maken ze echte Italiaanse cappuccino met van dat dikke romige schuim met een hartje of een blaadje als versiering. De broodjes zijn ook niet verkeerd. De Bourgondische eigenaar Louis houdt van uitgebreid en vers. De sandwich tonijn met Japanse sojamayonaise, waterkers, gemberschijfjes, lente-uitjes en avocado is een streling voor de tong.
In dezelfde straat zit een unieke winkel, een speciaalzaak in hoeden en andere hoofdbedekkingen: Capello. De klanten komen van heinde en ver voor de veelal handgemaakte ontwerpen. In de grote winkel vind je ragfijne bruiloftshoeden, wollen mutsen, jaren ’30 hoedjes, stijlvolle herenhoeden en nog veel meer. De enthousiaste eigenares Truus Stuiver verkoopt naast hoeden van bekende binnenlandse en buitenlandse hoedenontwerpers ook heel betaalbare modellen. “Het is belangrijk dat we toegankelijk blijven voor iedereen,” vindt ze. In deze winkel kun je uren passen en krijg je vakkundig advies over welk hoofddeksel het beste bij je past. Naast hoeden kun je hier ook terecht voor wollen sjaals, leren tassen en portemonnees. Op de jaarlijkse hoedenparade van Prinsjesdag zijn veel van de hoeden van Capello te bewonderen.
Tegenover Capello zit designmeubelzaak Déjà Vu. Naast meubels van bekende ontwerpers als Piet Hein Eek koop je hier ook kleinere dingen om je huis mee op te sieren. Kaarsen bijvoorbeeld in de vorm van een vogeltje, of een lampje dat lijkt op een berkenstam. Je kunt hier ook de bekende recycletassen van het Duitse merk Freitag kopen.

Museum Het Valkhof

Op elke heuvel van Nijmegen, er zijn er zeven, kun je genieten van een spectaculair uitzicht. Het Museum Valkhof ligt aan de rand van de heuvel en is een strak modern gebouw met glazen wanden waardoor je over de Waal kunt turen. Behalve het uitzicht biedt het museum een ruime collectie aan oude en moderne kunst. Je komt hier alles te weten over de bewogen geschiedenis van Nijmegen, van de Romeinse tijd, de middeleeuwen, de tijd van Napoleon en de Gouden Eeuw. Als je meer geïnteresseerd bent in moderne kunst is er ook genoeg te zien. Pop Art vertegenwoordigt een groot deel van de collectie.  

Commanderie van de St. Jan
Op een andere heuvel in de stad tussen de Nonnenstraat en de Smidstraat staat op de Fransenplaats een prachtig oud pand uit 1196, dat dienst heeft gedaan als hospitaal. In de Tweede Wereldoorlog werd het gebouw verwoest, maar is opnieuw opgebouwd in oude stijl in 1974. Nu is de Commanderie van de St. Jan in gebruik genomen door kleine ambachtelijke bedrijven. In de kelder van het gebouw kun je zien hoe bier gebrouwen wordt en kun je verschillende soorten proeven.
Op de eerste verdieping zit koffiebranderij Coffyn waar je kunt kiezen uit vele soorten koffiebonen en waar je kunt genieten van een goed stuk taart met wederom een prachtig uitzicht over de Waal. Bij de openhaard van de koffiebranderij warm je je voeten even op, terwijl de koffie wordt gemalen. In een klein winkeltje achterin de ruimte worden producten verkocht die gemaakt zijn door mensen met een beperking. Handgemaakte vazen, beschilderde mokken, kaarten en gedichtenbundels bijvoorbeeld.
Als je meer van chocolade houdt kun je een verdieping hoger in The Chocolate Bar  alles te weten komen over cacao en chocola. Er zijn verschillende workshops bonbons maken. Bij de cursus ‘erotische bonbons maken’ kom je alles te weten over de stimulerende werking van chocola.
Beneden in het voormalig hospitaal zit nog een culinaire verrassing verscholen: Plaats 1. In dit trendy restaurant met een stijlvol interieur met donkerpaarse accenten en sfeervolle schemerlampen is een goede plek om een dagje Nijmegen af te sluiten met een fijn diner. De gerechten worden prachtig geserveerd, zijn smakelijk en spotgoedkoop. Voor € 8,50 heb je al een hoofdmenu met heel bijzondere combinaties zoals tartaar van rauwe en gerookte makreel met kappertjes, sjalot, mosterd, chips van savooikool en balsamicostroop. Na een heerlijke maaltijd en een goed glas wijn fiets ik via de inmiddels sfeervol verlichte Grote Markt terug naar het station. In de trein werp ik nog een laatste blik op de heuvelachtige stad aan de brede Waal waar inmiddels duizenden lichtjes schijnen tegen een donkere lucht.  

Het land van Maas en Waal
In tien minuten ben je op de fiets van de stad in de polder of de bossen rondom Nijmegen. Bij het VVV kun je diverse fietsroutes vinden. Het landschap is erg afwisselend met uitgestrekte polders, dijken, stuifzandvlaktes, rivierduinen, vennetjes en kastelen (!). Onderweg kun je genieten van streekproducten als fruit, bier, wijn, kaas, honing en nog veel meer.

Haarlem

Category: europa — Tags: , , , , , , , – admin @ 09:39

Ergens in… Haarlem

Mijn favoriete treinstation is Haarlem. Je weet meteen dat je bent aangekomen in een stijlvolle stad. De authentieke wachtruimten uit 1908 geven het station allure. Maar voor de Haarlemmers is dit niets bijzonders, want de stad telt meer dan duizend (!) monumenten. En dan zijn er natuurlijk al die speciale winkeltjes. Voor de beste olijfolie, een goedzittend Italiaans pak, of een originele Turkse badhanddoek hoef je niet op vakantie. In Haarlem waan je je zo in de meditterane landen.

De Grote Markt
Vanaf het station loop je in ongeveer tien minuten via de Kruisstraat en de Bartel Jorisstraat naar het historische hart van Haarlem: De Grote Markt . Na een cappuccino in het trendy café XO kan ik uren genieten van alle winkels rondom het plein. Maar voordat ik dat doe, bekijk ik eerst alle mooie monumentale gebouwen rondom de Grote Markt. De gebouwen hebben elk hun eigen verhaal en zijn ieder uniek. In De Hallen Haarlem, een aantal prachtige panden, is tot en met elf september de tentoonstelling Blik op vrouwen te zien. Een serie portretten van vrouwen uit de hele wereld.
De enorme St. Bavo kerk  is ook een bezienswaardigheid. De eerste stenen werden  gelegd in 1328. Er is honderdvijftig jaar gebouwd aan de kerk en het resultaat is indrukwekkend. Het is zeker de moeite waard om een kijkje binnen te nemen. Let op de houten plafonds die de kerk zo speciaal maken.

Mediterraan winkelen
Nu is het tijd om te shoppen en daarvoor hoef je niet uren te lopen. In de Koningsstraat die grenst aan de Grote Markt zit het bijzondere Byzance  met servies en prachtige, kleurige schalen rechtstreeks uit Turkije. Het pand zelf heeft ook een mediterraan tintje. Het stamt uit 1460 en werd jarenlang bewoond door een Portugese handelaar. De Turkse eigenaar is heel trots op deze locatie. Hij vertelt me dat de winkel vooral populair is onder de jonge Turken. De oudere generatie komt vooral voor het traditionele servies. Vergeet niet te vragen om een echt kopje Turkse koffie!
Als je je huis een Middelandse-Zee-sfeer wilt geven, kun je iets verder in de straat originele Mediterrane tegeltjes vinden voor op de keukenvloer of voor de badkamer. In alle soorten en maten bij Branco&Branco .
Voor Turks linnen kun je terecht in het sfeervolle Ottomania in de Warmoesstraat. Hier vind je de echte Hamman handdoeken, linnengoed, schattig gebloemde kindernachtjaponnen en traditionele Turkse schoenen.
Verderop in de Gierstraat is een grappig winkeltje voor wie van Zuid-Europese ‘katholieke kitch’ houdt. De Kunstboer  staat vol met knalroze, gouden en blauwe Maria- en Jezusbeelden. Gezellige kitcherige hebbedingetjes om cadeau te geven of om je huis mee op te fleuren. Heel apart zijn de herenonderbroeken met een gouden kruis op de voorkant. De eigenaar vertelt me uitgebreid hoe heerlijk ze zitten. Voor een gezellige gastheer en een glaasje wijn ben je hier aan het juiste adres!

Het Proveniershofje
Tijd om even bij te komen van al dat shoppen in een van de vele groene hofjes van Haarlem. Daarvoor loop ik door één van de langste winkelstraten van Nederland: de Grote Houtstraat. Vlak voor het einde van de straat vind je aan de rechterkant een klein poortje naar het Proveniershofje. Een oase van rust na de drukte in de winkelstraat.  De schattige huisjes dateren uit 1591. In de tuin kun je heerlijk ontspannen met eventueel een kat op je schoot, want die liggen hier graag te luieren. Aan je rechterhand vind je meteen één van de leukste lunchcafés van Haarlem: Juffrouw zonder zorgen. Vroeger was dit het regentenhuis, waar de regenten van het hofje de regels opstelden voor de bewoners. Nu kun je er heerlijke broodjes eten. Het broodje geitenkaas met walnoten, honing en vijgen is een aanrader. Je kunt hier ook terecht voor huisgemaakte witte chocoladecake, wortelcake en smoothies.
Als je nog ruimte over hebt voor een toetje is de Italiaanse ijssalon Garonne  al sinds 1949 hét adres. Je vindt de ijssalon schuin tegenover het Proveniershofje in de Grote Houtstraat. De eigenares zorgt ervoor dat je je meteen welkom voelt. Voor ik het weet zit ik achter een enorme sorbet. Garonne maakt ambachtelijk Italiaans ijs met alleen natuurlijke ingrediënten. Je kunt kiezen uit wel tweeëndertig smaken. Van typisch Italiaanse smaken zoals malaga of tartufo tot bijzondere smaken als drop, rozenijs of basilicumijs! Het begon allemaal met Leone Garrone die in 1927 wegvluchtte van de fascistische regering in Italië naar Nederland. Hij was een echte handelaar en kreeg al gauw in de gaten dat de Hollanders dol waren op Italiaans ijs. Garrone is inmiddels een begrip in Haarlem. Nu staan zijn kinderen en kleinkinderen in de zaak.

Cultureel
Als je zin hebt in iets anders dan winkelen is het Frans Hals museum een goed alternatief. Je loopt een stukje terug door de Grote Houtstraat en slaat rechtaf de Cornelissteeg in. Via de Ravelsteeg loop je naar het Groot Heilig Land, waar de ingang van het museum is. Ook als je geen fan bent van zeventiende eeuwse kunst is een bezoek de moeite waard. Alleen al vanwege de sfeervolle straatjes rondom het museum en de prachtige binnentuin.
Het Teylers Museum  aan het Spaarne is ook heel bijzonder. Het is het oudste museum van Nederland. Je ziet hier onder andere een verzameling van Italiaanse, Franse en Nederlandse tekeningen. Het Spaarne zelf biedt een oer-Hollands plaatje: bootjes, bruggetjes en de prachtig gerenoveerde molen de Adriaan. Ik voel me even toerist in eigen land.

Dat Haarlem een stad voor fijnproevers is, kun je merken aan de vele goede lunchrooms en restaurants. De Italiaanse keuken is populair. Bij Piazza-Viva kun je heerlijk Italiaans lunchen. De eigenares Giovanna is half Italiaans en verkoopt biologische olijfolie die bekroond is tot de beste van Italië. Ze weet alles over de herkomst te vertellen. Bij Complimenti  aan de Zijlweg vind je al het lekkers uit Italië: foccacia, olijventapenade, buffelmozzarella, verschillende pasta’s, etc. De eigenaren Henk en Terri maken veel zelf. Voor een chique Italiaans diner ga je naar Luca&Lucas  in een monumentaal pand aan de Lange Veerstraat. De eigenaar heeft een voorliefde voor Italië. Trots vertelt hij dat de enorme kroonluchter in het restaurant uit Venetië komt en wel vijfentachtig jaar oud is. De zoete Italiaanse gebakjes in de vitrine lonken naar me, maar die bewaar ik voor het laatst. De chef-kok Alberto Masotti maakt Italiaanse specialiteiten op basis van seizoensgebonden ingrediënten.

Strand
Als je een dagje Haarlem ontspannen wilt afsluiten, moet je eigenlijk even naar het strand gaan. Bij het station huur je voor een hele dag een fiets voor maar zes euro. Vergeet niet je paspoort of rijbewijs mee te nemen. In een halfuur fiets je zo naar het strand. Maar voordat ik richting strand koers, ga ik nog even kijken in de Generaal Cronjéstraat achter het station bij Spanish Harlem, een geweldige winkel voor liefhebbers van Spanje. De winkel staat vol met lekkere tapas, maar heeft ook Spaans aardewerk. Sangriakannen en mooie geglazuurde bekers en borden. Eenmaal terug bij het station rijd je via de Kinderhuissingel richting Zijlweg die weer uitkomt op de Bloemendaalseweg. Je raadt het al: op naar het strand. Als je je liefje nu echt stijlvol wilt laten flaneren op het strand, maak dan nog even een laatste stop bij Fashionable voor Italiaanse herenmode op maat. In Bloemendaal aangekomen, geniet ik van een glas rioja in de strandtent De Kust waar het in september heerlijk nazomeren is. Het leven is zo gek nog niet!

Migranten van Haarlem

Migranten hebben altijd al een belangrijke bijdrage geleverd aan de stad. Zij brachten geld, kennis en ervaring en leverden een grote bijdrage aan de culturele en economische bloei van Haarlem. Als je denkt dat Haarlem pas de laatste vijftig jaar multi-cultureel is geworden, vergis je je. In 1620 kwam ongeveer de helft van de stadsbewoners uit de Zuidelijke Nederlanden, het tegenwoordige België. Uit hun midden kwamen de beroemdste Haarlemse immigranten. Bijvoorbeeld de schilder Frans Hals en de van oorsprong Vlaamse architect Lieven de Key die onder andere de Vleeshal op de Grote Markt heeft ontworpen.
De Italiaanse immigranten hebben ook al eeuwenlang een opvallende rol gespeeld in Haarlem. Al in de achttiende eeuw decoreerden Italiaanse stucwerkers de huizen van rijke Haarlemmers. In Teylers Fundatiehuis, Damstraat 21, bracht Giovanni Battista Luraghi een schitterend stucplafond aan. De gebroeders Casanova verzorgden het stucwerk in het Teylershofje. In de negentiende eeuw kwamen er steeds meer schoorsteenvegers uit Italië naar Haarlem. Velen van hen startten hun eigen bedrijf en bleven in Haarlem. De eerste Italiaanse schoorsteenveger die een bedrijf stichtte in Haarlem was Antonio Beccari. Hij kocht in 1779 een pand aan de Korte Begijnstraat.
Hij bleek een succesvol ondernemer en al gauw volgden vele Italianen zijn voorbeeld.
Tegenwoordig kun je nog steeds genieten van de Italiaanse invloeden in de stad. Vooral in de vele restaurants, café’s en traiteurs die Haarlem zo rijk maken.

19 december 2010

Charleroi

Category: europa — Tags: , , , – admin @ 19:27

Charleroi

Met steden als Sheffield, Katowice en Essen kan Charleroi aanspraak maken op de titel van minst aantrekkelijke stad van Europa. Een prima reden voor een bezoek.

Een grauwe, regenachtige januaridag in Wallonië. We naderen Charleroi vanuit het zuiden, over een lange, kaarsrechte weg, die dan weer twee banen heeft, dan weer vier. Geleidelijk merken we aan het landschap dat we de stad naderen: de leegte maakt plaats voor onregelmatige bebouwing en het aantal kruispunten met stoplichten neemt toe. Het laatste stuk is een voortdurende afdaling. Het bruin en het grijs van de stad vullen het blikveld. De weg vooruit leidt naar het hart ervan, onvermijdelijk.

In de centrale parkeergarage kunnen we niet terecht, dat is verboden voor auto’s met een LPG-installatie. Even verderop is nog een garage. Die is nagenoeg leeg, maar dat weerhoudt ons er niet van om de auto op het dak – niveau 1 – te parkeren. Je weet maar nooit met die LPG. Voor wie op zoek is naar de bevestiging van vooroordelen is het parkeerdak een uitgelezen startpunt. Achter een verhoogde snelweg en een spoorlijn doemt de enorme staalfabriek van Thy-Marcinelle op. We zien vlammen en dikke lichtgrijze rookkolommen uit schoorstenen opstijgen. We ruiken steenkool, alsof er net een stoomtrein voorbij is komen tuffen.

Charleroi heeft een metro. Dat wil zeggen, aandoenlijke trammetjes rijden heen en weer onder het centrale deel van de agglomeratie. De metrolijnen waren op de tekentafel geïntegreerd in een zeer omvangrijk netwerk. Echter, terwijl delen al in de bouwfase waren, moest vanwege financiële problemen de aanleg worden gestaakt. Verspreid over de stad liggen nagenoeg opgeleverde metrostations zonder spoor en zonder metro.

Te voet dan maar, door de binnenstad waar kerstbomen ondersteboven aan de gevel van een pand bungelen en waar om vijf uur ’s middags al het leven is geweken van de kerstmarkt. Je hoeft niet te zoeken om de treurnis te vinden. Het is donker wanneer we de kades van de Sambre bereiken. Als voetganger kan je door nauwe trapjes afdalen naar een soort modern jaagpad. Het is amper twee meter breed. We lopen er onder een overdaad aan roze en blauwe tl-verlichting, rechts baksteen en links halfhoog beton. De volgende trap is een welkome uitweg.

Tijd voor een pintje. En opnieuw een onverwachte authentieke ervaring. We zitten nog niet eens – in een nis met allemaal schilderijen met vrouwelijk naakt – of de volumeknop van de muziek wordt verder opengedraaid dan de luidsprekers tolereren. Er ontstaat kort daarop een ruzietje tussen enkele lokale bezoekers, een tafereel dat door de allesoverstemmende muziek aan een stomme film doet denken. Het naastgelegen Italiaanse restaurant, waar we de excursie besluiten, ziet eruit als veel Italiaanse restaurants. Toch, bij vertrek, nog voordat we buiten staan, weten we het weer. Met het openen van de tussendeur dringt de onmiskenbare geur van steenkool binnen.

We zijn in Charleroi.